"Liefde moet de basis zijn van je werk."
Wat maakt dat een jongere zich echt gezien voelt? Vanuit haar eigen ervaringen in de jeugdzorg laat Gianny zien wat grondhouding in de praktijk betekent. Haar verhaal toont waarom een goede grondhouding geen eindpunt is, maar iets wat blijvend aandacht vraagt.
"Lees lekker mijn dossier maar." Die gedachte herinnert Gianny (24) zicht nog goed uit haar tijd in de jeugdzorg. Na weer een nieuwe hulpverlener had ze weinig energie over om haar verhaal opnieuw te vertellen. Ze groeide op in twee pleeggezinnen en kreeg met veel verschillende hulpverleners te maken. Inmiddels zit ze in haar laatste jaar van de opleiding Social Work en begeleidt Gianny zelf jongeren in haar kerk. Juist haar eigen ervaringen hebben haar geleerd wat het verschil maakt in hulpverlening: niet alleen wat een hulpverlener doet, maar vooral hoe iemand aanwezig is.
Vertrouwen vraagt tijd
Je hebt met veel verschillende hulpverleners te maken gehad. Hoe kijk je daarop terug?
“Voor mij waren de vele wisselingen in de hulpverlening het meest vervelend. Iedere nieuwe hulpverlener betekende opnieuw mijn verhaal vertellen. Opnieuw uitleggen wie ik was, wat ik had meegemaakt en waar ik op dat moment stond. Ik begrijp dat het belangrijk is om terug te kijken en inzicht te krijgen in wat iemand heeft meegemaakt. Maar ik merkte dat ik op een gegeven moment al verder was in mijn proces. Ik wilde echt naar voren en het beste maken van mijn toekomst. Elke keer als je dan in een gesprek terug moet naar het verleden, kan het voelen alsof je weer een stap terug doet.”
Hoe ervaarde je die gesprekken met hulpverleners?
“De manier waarop een gesprek wordt gevoerd, maakt echt een verschil. Vragen als: “Hoe gaat het op school? Doe je drank of drugs? Heb je een vriendje?” horen erbij, maar wanneer ze worden gesteld zonder dat er echt contact is, kan een gesprek gaan voelen als het afvinken van een checklist. Een vertrouwensband creëren tussen een jongere en hulpverlener vraagt tijd. En juist die tijd was er niet altijd.”
Echte aandacht
Wanneer merkte je dat er ruimte was voor groei?
“De momenten waarop er vertrouwen groeide, waren de momenten waarop ik de meeste stappen zette. Ik denk daarbij aan één hulpverlener in het bijzonder. Ze investeerde in de relatie, luisterde echt, was aanwezig en ging moeilijke gesprekken niet uit de weg. Het ging niet om oppervlakkig contact, maar om iemand die bleef staan, ook wanneer het ingewikkeld werd. Mijn les daaruit: als een deur dichtgaat, betekent dat niet dat die voorgoed gesloten blijft. Blijf kloppen, tot hij weer opengaat.”
Wat leerde die ervaring jou over de grondhouding van hulpverleners?
“Voor mij begint een goede grondhouding bij iets eenvoudigs, maar belangrijks: een liefdevolle houding naar de ander. Vanuit die basis ontstaat ruimte voor respect, vertrouwen en echte aandacht. De liefde is de basis van je werk. Dat moet altijd het fundament blijven. Die liefdevolle houding gaat ook over het openstaan voor verschillende perspectieven. Niet alleen het professionele beeld telt, maar ook dat van jongeren, ouders en pleegouders. Juist daarom is het belangrijk om echt te luisteren, zonder meteen in te vullen of te snel naar oplossingen te grijpen.”
Het verliezen van je “why”
Wat kan het voor hulpverleners moeilijk maken om vanuit die grondhouding te blijven werken?
“Het perspectief van hulpverleners verdient ook aandacht. Jongeren zien vaak vooral de hulpverlener tegenover zich. Dan denk je al snel: ‘Het ligt allemaal aan mijn pleegzorgwerker.’ Wat minder zichtbaar is, zijn de regels, keuzes en omstandigheden die meespelen. Hulpverleners werken binnen systemen waarin werkdruk, tijdgebrek en andere factoren invloed hebben op de manier waarop zij hun werk kunnen doen. In die context zie ik dat sommige hulpverleners hun ‘why’ verliezen: de reden waarom ze dit werk zijn gaan doen.”
Geen eindpunt
Wat hebben volgens jou hulpverleners nodig om hun ‘why’ niet te verliezen?
“Het is belangrijk dat hulpverleners blijven stilstaan bij de vraag waarom ze ooit voor dit werk hebben gekozen. Durf eerlijk met jezelf te zijn. Durf ook het gesprek aan te gaan wanneer je dat verliest. Maar de verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij hulpverleners. Binnen organisaties moet ruimte zijn om open te bespreken wat wel en niet lukt. Meer samenwerking en bescherming binnen teams kunnen hulpverleners helpen om vanuit hun grondhouding te blijven werken.”
Verandering is dus een gezamenlijke opgave?
“Iedereen is nodig om die verandering teweeg te brengen. Niet alleen binnen één organisatie, maar in heel Nederland. Voor mij heeft grondhouding geen vast eindpunt, maar is het iets wat voortdurend aandacht vraagt. Het krijgt iedere dag opnieuw vorm. Er is een stevig fundament nodig, maar het werk daaraan blijft altijd doorgaan.”