“De start bepaalt het einde.”
Verbinding maken, luisteren en durven twijfelen. In gesprek met Jan Pieter Meijer hebben we het over waarom een goede grondhouding begint bij het zien van de ander als mens en wat dat vraagt van professionals in de dagelijkse praktijk.
Na zeventien jaar in de jeugdbescherming en de crisisdienst ondersteunt Jan Pieter Meijer vandaag jongeren en ouders die getroffen werden door de toeslagenaffaire. De jaren aan wat hij zelf de ‘machtskant’ van de jeugdzorg noemt, hebben zijn kijk op hulpverlening veranderd. Volgens hem begint een goede grondhouding bij een eenvoudige vraag: zie ik de ander als mens? Maar ook bij het bewustzijn van de macht die je als professional hebt, de moed om te twijfelen en de bereidheid om telkens opnieuw verbinding te maken.
Macht en verbinding
Je hebt zeventien jaar aan de ‘machtskant’ van de jeugdzorg gewerkt. Hoe kijk je daarop terug?
"Mijn loopbaan begon in de jeugdbescherming en daarna heb ik veertien jaar in de crisisdienst gewerkt. Ik heb dus jarenlang gewerkt vanuit de kant waar veel macht zit. Tijdens een opleiding in Gent ontdekte ik een andere manier van kijken. Daar leerde ik dat sociaal werk eigenlijk een mensenrechtenberoep is. Dat heeft mij enorm gevormd. Voor mij gaat grondhouding ook over de vraag: ben je een verlengstuk van beleid, of kom je op voor mensen die dat zelf niet kunnen?"
Wat is voor jou de kern van een goede grondhouding?
"Dat begint voor mij bij een heel simpele vraag: zie ik jou als mens? Er bestaat geen neutraliteit. Iedereen oordeelt. De kunst is niet om geen oordeel te hebben, maar om je bewust te zijn van je eigen oordelen. Ook van de macht die je hebt. Veel professionals zijn zich nauwelijks bewust van hun machtspositie. Terwijl het een enorm verschil maakt hoe je iemand benadert. Stuur je een brief waarin staat dat iemand moet verschijnen? Of bel je en vraag je of het past om langs te komen? Je moet je afvragen hoe je vanuit je positie niet bedreigend kunt zijn."
Twijfelmoed
Je noemt vaak het begrip ‘twijfelmoed’. Wat bedoel je daarmee?
"Twijfelmoed is de moed om het onzekere te verdragen. Het is ontzettend krachtig als je tegen een jongere kunt zeggen: ‘Ik weet het even niet meer. Alles om mij heen zegt dat ik je gesloten moet plaatsen, maar ik voel dat ik dat niet wil.’ Twijfel wordt vaak gezien als zwakte, terwijl het juist heel professioneel kan zijn. Als je niet durft te twijfelen, ga je vaak op zoek naar zekerheid. Dan val je terug op regels, procedures of macht. Terwijl twijfel juist ruimte geeft om kansen te blijven zien."
Het eerste contact
Waarom is het eerste contact met een gezin zo bepalend?
"Omdat de start het einde bepaalt. Echt. Ik zie zoveel situaties waarin mensen zich vanaf het eerste gesprek beoordeeld voelen. Dan zetten ze zich meteen schrap. Vanaf dat moment ontstaat er wantrouwen en wordt verbinding steeds moeilijker. Als professional moet je durven vertragen. Eerst begrijpen wat er onder de oppervlakte zit: angst, schaamte, schuldgevoel. Pas als er verbinding ontstaat, kun je echt samen stappen zetten."
Meer dan een taak
Wat hebben hulpverleners nodig om vanuit deze houding te kunnen werken?
"Dat moet gefaciliteerd worden. Binnen mijn team hebben we intervisie die niet over de casus gaat, maar over onszelf. De vraag is niet: ‘Wat is daar complex?’, maar: ‘Wat vind ik hier complex en waarom?’. Grondhouding vraagt dat je altijd bereid bent om eerst die slag naar binnen te maken. Om je eigen angsten, onzekerheden en oordelen te onderzoeken. Maar organisaties moeten daar dan ook echt ruimte voor maken. We zijn vaak te veel gefocust op de taken die we hebben. Terwijl we weer naar de waarde van ons vak moeten kijken.”
Leren van fouten
Is het voor ervaren professionals mogelijk om hun houding nog te veranderen?
"Absoluut. Ik heb zelf regelmatig herstel- en excuusgesprekken moeten voeren omdat ik te ver ging of te snel oordeelde. Ik heb ooit een uithuisplaatsing geregeld zonder de ouders echt gesproken te hebben. Achteraf bleek dat een verkeerde beslissing. Dat moment heeft mijn grondhouding echt beïnvloed. Sindsdien heb ik mezelf voorgenomen dat ik, in welke situatie dan ook, ouders altijd wil ontmoeten. Je ontwikkelt je principes vaak door fouten te maken. Daarom geloof ik dat verandering altijd mogelijk is. Hoewel het niet makkelijk is, geloof ik dat we ons als professionals kunnen blijven ontwikkelen en bijleren. Dat vraagt wel dat je bereid bent om bevraagd te worden, twijfel toe te laten en te verdragen dat je het niet altijd weet. Maar net daardoor blijft het werk boeiend en uitdagend.
Wat hoop je dat professionals meenemen uit dit verhaal?
"Dat we weer dichter bij ons vak gaan staan. Dat we ons bewust blijven van onze macht. Dat we durven twijfelen. En dat we blijven zoeken naar verbinding. Ik zie nog te vaak dat professionals tegenover ouders komen te staan in plaats van naast hen. Dat kan volgens mij alleen in echte verbinding met elkaar"